Nieuwe vraag in provincieraad: Wie doet eindelijk wat voor afschaffing hoofddoekenverbod in Antwerps onderwijs?

In april greep de PVDA een aanpassing van het schoolreglement aan de Europese verordening voor gegevensbescherming (GDPR) aan om ook de schrapping te eisen van het hoofddoekenverbod in het Provinciaal Onderwijs Antwerpen (POA). Onder druk van N-VA herbevestigde niet alleen coalitiepartner CD&V maar ook de sp.a het verbod. Twee weken later maakte sp.a-gedeputeerde voor Onderwijs in de pers een ‘hoofddoekenbocht’. Ze zou voortaan gaan voor het afschaffen van het verbod, ‘desnoods in het POA alleen’. Maar op de daaropvolgende provincieraad van mei slikte ze haar stoere verklaring in en applaudisseerde ze voor eerste gedeputeerde Luk Lemmens (N-VA) die stelde dat het hoofddoekenverbod gehandhaafd bleef. Op een interpellatie hierover, in juni, van de PVDA weigerde de deputatie botweg te antwoorden. Maar de PVDA weet wat doorvechten is. Vandaar dat ik morgen in de provincieraad gebruik maak van onderstaande mondelinge vraag om de druk op te voeren voor onmiddellijke afschaffing van dit hoofddoekenverbod dat de kansen van moslima’s op toegang tot onderwijs en jobs verhindert en dus hun sociale promotie en vrije keuze.

Mondelinge vraag van Kris Merckx (PVDA) over recente initiatieven van de gedeputeerde onderwijs, van en naar onderwijsraad toe, in verband met het dragen van hoofddoek

“Mevrouw en heren gedeputeerden

Vooraf nog even het kader waarin ik deze actualiteitsvraag stel. De afschaffing van het hoofddoekenverbod is nodig omdat het de toegang van moslima’s verhindert tot onderwijs en jobs, precies dé hefbomen voor sociale promotie én emancipatie. Met inbegrip van de vrijheid om zelf te bepalen of men de hoofddoek wel dan niet draagt.
Hoe dringend de afschaffing van dit verbod is ondervind ik wekelijks.
Vorige week sprak Rachida, een ex-patiënte al in de veertig, mij aan. Ze werkt als moeder van 2 kinderen al 13 jaren in een call-center voor de afdeling ‘facturen’. Daarbovenop volgt ze in het volwassenonderwijs een opleiding tot kleuterleidster. Maar nu kan ze, omwille van haar hoofddoek, in Antwerpen geen stage doen! ‘Ga naar Gent’, zegt men haar, ‘daar kan dat wel’.
Deze week bereikte me het bericht dat ook heel wat zorgkundigen, die een opleiding volgen in het stedelijk volwassenenonderwijs ENCORA, om dezelfde redenen geen stageplaats vinden.Zie mijn verhaal (FB-status van 20/9) over Rachida. Ze werkt als moeder van 2 kinderen al 13 jaren in een call-center en volgde in volwassenonderwijs een opleiding tot kleuterleidster. Maar ze kan, omwille van haar hoofddoek, in Antwerpen geen stage doen!
Zopas bericht men mij ook heel wat zorgkundigen, die een opleiding volgen in stedelijk volwassenenonderwijs ENCORA, om dezelfde redenen geen stageplaats vinden.

Daarom dus deze vraag om informatie over de initiatieven die ons bestuur, in casu de gedeputeerde onderwijs, sinds juni in en naar de onderwijsraad toe heeft ondernomen in verband met de hoofddoekenkwestie en welk standpunt daarbij werd of wordt ingenomen.

Deze vraag ligt in het verlengde van onze interpellatie van 28 juni waarbij onze fractie een vijftal concrete vragen stelde in verband met de recente herbevestiging van het hoofddoekenverbod in de scholen van het Provinciaal Onderwijs Antwerpen. De interpellatie was onderbouwd met nieuwe informatie. Het doel was de argumenten te weerleggen waarmee, in de raad van april, het PVDA-voorstel, gesteund door Groen, om het hoofddoekenverbod af te schaffen door de meerderheid werd verworpen. De nieuwe gegevens hadden zowel betrekking op argumenten gebruikt in het debat van april als in dat van mei. Dit laatste had plaats naar aanleiding van de in de pers aangekondigde ‘hoofddoekenbocht’ van de gedeputeerde onderwijs.

Op 28 juni dienden we evenwel vast te stellen dat eerste gedeputeerde Lemmens een dienstreis van mevr. Verhaert naar Bahrein aangreep om zijn antwoord op mijn interpellatie te beperken tot drie zinnen. Ik citeer uit het beknopt verslag: “Het debat rond het hoofddoekenverbod werd vorige maand reeds uitvoerig gevoerd in de provincieraad. De deputatie heeft stelling genomen en nu worden er gesprekken gevoerd in de onderwijsraad.  Daarmee is alles gezegd.” Een botte weigering dus om op onze nieuwe vragen en voorstellen te antwoorden.  Daarmee onttrok de deputatie zich aan de wettelijke verplichting van de uitvoerende macht om ernstig te antwoorden op de interpellaties en vragen van de verkozenen. Een bij mijn weten zelden of nooit geziene en alarmerende ondemocratische aantasting van de prerogatieven van de verkozenen.

Wordt het ‘njet’ van juni herroepen?

Inhoudelijk kon men uit dit non-antwoord op de gestelde vragen indirect wel de standpunten terzake van het bestuur afleiden, te weten:
1) Neen, wij kunnen of willen geen bewijzen tonen van initiatieven, ondermeer naar de onderwijsraad toe, om een afschaffing in consensus van het hoofddoekenverbod te bekomen.
2) Neen, de belofte die de gedeputeerde van onderwijs in mei in de pers deed dat het Provinciaal Onderwijs Antwerpen (POA) desnoods alleen het hoofddoekenverbod zou afschaffen zal niet gerealiseerd worden.
3) Neen, wij gaan het verbod ook niet afschaffen in de provinciale scholen van buiten de stad Antwerpen die niet gevat zijn door de onderwijsraad.
4) Neen, wij gaan het voorbeeld van het Provinciaal Onderwijs van Oost-Vlaanderen, dat het hoofddoekenverbod al geruime tijd afschafte, niet volgen.

Tenzij u deze jammerlijke conclusies alsnog wil becommentariëren en liefst tegenspreken – wat ons zou verheugen – verwacht onze fractie vandaag  in elk geval antwoord op onderstaande vragen over de recente evoluties in het dossier.

Welk standpunt op onderwijsraad?

Vier dagen na onze niet beantwoorde  maar wel op het internet gepubliceerde interpellatie, en in de nasleep van de aankondiging door de schepen van Groen dat het dragen van de hoofddoek ook in alle stedelijke scholen van Gent zou toegelaten worden, lazen we immers in De Standaard van 2 juli: “Zowel in Gent als in Antwerpen komen er dit najaar speciale werkgroepen die zich zullen buigen over de toekomst van de hoofddoek in hun scholen. Ook in Antwerpen is het onderwijs van plan om een werkgroep samen te stellen met vertegenwoordigers uit alle netten om een antwoord te bieden op de groeiende diversiteit in de scholen. ‘Daar maakt ook de hoofddoek deel van uit’, zegt Kris Vanderoost, voorzitter van de stedelijke onderwijsraad.” (Einde citaat).
In verband met deze verklaring, overigens aansluitend bij de verwijzing van gedeputeerde Lemmens naar besprekingen in de onderwijsraad, vragen wij u:
– Hebben deze aangekondigde besprekingen van het najaar in de stedelijke onderwijsraad, al dan niet in het kader van een werkgroep diversiteit, al plaats gehad?
– Indien ze nog niet gestart zijn, hebben het bestuur van onze provincie en van POA, aangedrongen om hier spoed achter te zetten en op welke wijze? Dit laatste mogen we normaal verwachten gezien de gedeputeerde onderwijs hier gesteld heeft dat ze bij haar verklaringen blijft over de dringende noodzaak om het hoofddoekenverbod af te schaffen maar dat ze dit, in Antwerpen, wil bereiken via consensus in de onderwijsraad.
– Tot slot de voornaamste vraag: Welk standpunt over het  hoofddoekenverbod, hebben de twee vertegenwoordigers van het POA, in opdracht van de deputatie, op de stedelijke onderwijsraad verdedigd of zullen ze binnenkort (dit najaar) verdedigen? Staat dit op schrift?
De provincieraad en het publiek hebben het recht de inhoud van dit standpunt te kennen

Met dank bij voorbaat  voor uw antwoord en beleefde groeten,

Kris Merckx,
provincieraadslid PVDA, fractievoorzitter”

Het antwoord van Inga Verhaert namens deputatie (N-VA, CD&V en sp.a)

Verhaert Inga

Inga Verhaert (sp.a) antwoordt.

Ziehier het officiële antwoord van de deputatie op mijn vraag, naar voor gebracht door gedeputeerde onderwijs, Inga Verhaert (sp.a).

 

“Geachte heer, 

In 2009 stapten wij als schoolbestuur mee in de convenant tussen alle onderwijsnetten binnen de stad Antwerpen waarin het hoofddoekenverbod is opgenomen. Sindsdien hebben wij als lid van de Onderwijsraad samen met alle andere actoren dit verbod steeds met interesse gemonitord.  

Vorig jaar werd het thema – op onze vraag – opnieuw geagendeerd in de onderwijsraad. Dit naar aanleiding van recente rechtsspraak ter zake. Als een gevolg van onze vraag werd het brede thema er ook dit voorjaar meermaals besproken. 

Zoals bvb op 24 mei 2018 wanneer het sectoraal netwerk onderwijs (SNO) in vergadering bijeen-kwam. Dit is een werkgroep van de onderwijsraad waarin ook alle netten vertegenwoordigd zijn. Daarin werden eerst de contouren geschetst van de thema’s die nodig zijn om een divers personeelsbeleid te voeren. Bedoeling is om in een gefaseerde aanpak te komen tot een door alle partners gedragen visie. Bovendien werd er een oproep gelanceerd om de werkgroep uit te breiden en op zoek te gaan naar andere betrokken partners (ic. niet-onderwijspartners) om op die manier zo veel mogelijk relevante input te bekomen.  

Er werd gestart met een inventaris van de knelpunten bij het voeren van een divers beleid. Het gaat onder meer om taalbeheersing, statuut, hoofddoeken, gelijkstelling diploma’s, verloning zij-instromers, mandaat godsdienstonderwijs bij kleuters (het is daar geen vak). De onderwijsverantwoordelijken zijn er zich van bewust dat de lijst niet volledig is en dat deze moet aangevuld worden met standpunten van het ruimere veld. Vandaar dus ook de suggestie tot het uitbreiden van de werkgroep met niet-onderwijspartners. 

Op 25 september 2018 gaf het vast bureau van de onderwijsraad aan de werkgroep opdracht de eerder gedefinieerde deelthema’s uit te diepen om te komen tot een gedragen visie, over de netten heen, startend met een divers personeelsbeleid. Vragen als ‘wat is een divers personeelsbeleid’, ’wat zijn drempels maar ook kansen’, komen aan bod. In de loop van het najaar volgen diverse werkgroepvergaderingen elkaar op, startend op 5 oktober.   

In voorbereiding van het werk kreeg elk net intussen al de opdracht om het huidige diversiteitsbeleid in kaart te brengen, te meten hoe groot de diversiteit momenteel is, good practices mee te geven en succesindicatoren te definiëren. Iedereen zal dit bevragen binnen zijn net. Het katholiek onderwijs heeft laten weten de bevraging niet te beperken tot de stad Antwerpen, maar deze uit te voeren binnen het gehele bisdom, zowel basis- als secundair onderwijs. 

Momenteel leidt een medewerker van het Onderwijsnetwerk Antwerpen (ONA) de vergadering. Een vacature wordt echter uitgeschreven om een medewerker aan te duiden die exclusief op dit project zal worden gezet.  

Binnen de werkgroep zetelen, naast de onderwijspartners, diverse organisaties en experten (o.a.de medewerker van ONA, Pat Kussé, expert diversiteitsbeleid). Ook medewerkers van het Steunpunt Diversiteit en het Agentschap voor Integratie en Inburgering volgen de vergaderingen. Er zal ook expertise gezocht worden in superdiverse scholen zelf. Voor het provinciaal onderwijs Antwerpen volgt Fried Van Doren de vergaderingen. 

Het resultaat van deze aanpak is dus duidelijk. Zowel binnen het sectoraal netwerk als in de Onderwijsraad zitten alle partijen constructief samen rond de tafel met de betrachting om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Dergelijke werkwijze en samenwerking werpt al jaren haar vruchten af. Denk maar aan de convenant kinderarmoede, ondertekend door elk net, of de taskforce capaciteit, waar men capaciteit gaat delen en middelen gaat verdelen volgens behoefte. Of de ‘talentenfabriek’ voor onderwijs om het lerarentekort op te vangen. Ook in het verleden kwamen op deze manier heel wat initiatieven tot stand: een centraal meldpunt, het SWAT-project (Samen Werken Aan Toekomst), het time-out project voor jongeren met gedrags- of motivatieproblemen op school, … 

Het provinciaal onderwijs heeft m.a.w. het thema geagendeerd, het gesprek in de onderwijsraad opgestart en volgt de verdere gesprekken nu van dichtbij.”

Het oordeel over dit ‘antwoord’ laat ik aan u zelf over.
Volgens mij spreekt het voor zich.
Met veel holle woorden over ‘monitoren’’ (sinds 2009, van… het verbod!!), ‘agenderen’ en ‘opvolgen’ vermijdt Inga Verhaert om een antwoord te geven op de enige vraag die er toe deed: “Welk standpunt over het hoofddoekenverbod, hebben de twee vertegenwoordigers van het Provinciaal Onderwijs POA, in opdracht van de deputatie, op de stedelijke onderwijsraad verdedigd?”.
Heel de woordenbrij komt er op neer dat de sp.a, noch in de deputatie noch in de onderwijsraad, wegen zoekt om het njet rond de afschaffing van het hoofddoekenverbod te doen kantelen. Laat staan dat ze er eisen over zou stellen of er een breekpunt van maakt. Omwille van de hoge posten van de 2 sp.a-gedeputeerden, Inga Verhaert en Rik Röttger, legt men zich neer bij de N-VA-oekaze ‘Geen hoofddoek zolang wij hier baas zijn’ (dixit Luk Lemmens, eerste gedeputeerde N-VA). De verhouding N-VA/sp.a in de provincieraad is 27 zetels tegen 8. Volgens de GVA-peiling zou het na 14 oktober in de gemeenteraad van A zijn: 20 zetels voor N-VA en 7 voor sp.a.
Denkt u dat De Wever die nu zijn vel probeert te redden door een appel aan de VB-kiezer op dat punt zal toegeven? En gelooft u dat de sp.a-toppers, eens de schepenzetels in zicht zijn, van de hoofddoek nog een breekpunt gaan maken? Waarom hebben ze er dan vijf jaar lang 0,0 voor gedaan in het provinciebestuur sinds 2013 toen de sp.a officieel de afschaffing van het hoofddoekenverbod in haar programma opnam?
Ja, het klopt dat dit punt zowel in het programma van PVDA als sp.a (sinds 2013) staat. Het verschil is dat wij er als PVDA voor vechten tot het gerealiseerd is. En het in geen geval verkwanselen voor posten.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: