Mijn maiden-speech in de provincieraad

provincie werkt kris en nicoleDeze namiddag hield ik, naar aanleiding van de bespreking van het bestuursakkoord, een maiden-speech in de provincieraad van Antwerpen. Vanaf nu heeft de PVDA+ daar twee verkozenen, Nicole Naert en ikzelf. Als fractievoorzitter gaf ik in onderstaande toespraak onze mening over het bestuursakkoord met als slagzin ‘De provincie werkt voor u’. De nieuwe coalitie bestaat uit N-VA, CD&V en sp.a en… was al afgesproken in een voorakkoord vóór de verkiezingen. Hoe zwaar haar toppolitici wegen, dan vooral die van de N-VA die haar nu leidt, kan je zelf beoordelen als je, over een kleine maand, op de site van http://www.provant.be het stenografisch verslag van hun tussenkomsten kan lezen. En van hun antwoorden op de commentaren van de oppositie. Hier alvast mijn letterlijke tussenkomst, met redactionele tussentitels.

Mijnheer de voorzitter,
Mevrouw en heren van de deputatie
Collega’s raadsleden,

Bij dit agendapunt bespreken we het bestuursakkoord maar voor de PVDA+ is het ook een beetje een maidenspeech. Sta me dus toe eerst iets te zeggen over de intrede in dit halfrond van onze, weliswaar nog bescheiden, fractie. Aanzie het als nieuwelingen die zich even voorstellen aan hun collega’s. En u zal zien: de uitleg waarom en hoe wij met ons tweeën in deze raad zijn terechtgekomen heeft meteen ook raakpunten met ons debat over dit bestuursakkoord.

In deze zaal waar ik op 7 december de eed aflegde (foto GVA) analyseerde ik namens de PVDA+ het bestuursakkoord van het nieuwe provinciebestuur (N-VA, CD&V en sp.a).

In deze zaal waar ik op 7 december de eed aflegde (foto GVA) analyseerde ik namens de PVDA+ het bestuursakkoord van het nieuwe provinciebestuur (N-VA, CD&V en sp.a).

De verkiezing van 2 PVDA’ers in deze raad heeft ons, eerlijk gezegd, zelf ook een beetje verrast. Wij waren er van uitgegaan dat het al knokken zou zijn om een eerste zetel te halen. In 2009 heeft het Vlaamse parlement, dat – laat ons eerlijk zijn – ook op dat punt niet verschilt van het federale Belgische, ook voor de provincieraden een ondemocratische kiesdrempel van 5% ingevoerd. Maar daar is de PVDA+ in het district Antwerpen dus over gewipt, zelfs vrij galant met een score van 8 %. Ook in in Luik zit de PVDA+, onder de naam PTB+, nu in de provincieraad. In belangrijke steden van Vlaanderen, Wallonië en Brussel behaalden we, vaak voor het eerst, gemeenteraadsleden, De vier verkozenen, die ons op slag tot de vierde grootste partij van de stad Antwerpen maakten, sprongen daarbij het meest in het oog.

Crisis duwt naar consequent links

De verklaring voor dit relatieve maar betekenisvolle succes dient, voor een deel, gezocht te worden bij de bankencrisis en de stoet van crisissen die er op gevolgd is: de economische, de budgettaire en de eurocrisis. Grote delen van de bevolking, waaronder zelfs een deel van de beter begoeden, zijn getroffen. Vele mensen beginnen het verband te zien tussen al die crisissen en de ijzeren wet van de jacht naar maximale winst die ons economisch systeem regeert. Vandaar dat onze kritiek op dit systeem meer gehoor krijgt. Het boek ‘Hoe durven ze?’ van Peter Mertens, met meer dan 20.000 verkochte exemplaren in het Nederlands, is niet voor niets zopas op 1 geëindigd in de top tien van de non-fictie van 2012. Het consequente linkse alternatief van een maatschappij gebaseerd op het principe ‘Eerst de mensen niet de winst’, zoals wij voorstaan, wordt voor velen aantrekkelijker. Ziedaar de verklaring waarom de PVDA vandaag opnieuw in dit halfrond zetelt – ik zelf eerder als een electorale laatbloeier, maar liever laat dan nooit. Ik zeg ‘opnieuw zetelen’, want onze collega Maggy Doumen ging ons hier al eens voor, van 1985 tot 1991. Dat is lang geleden, nog vóór de benjamin van onze vergadering, Arbib Abdelkarim , geboren werd. En vóór de invoering van die fameuze kiesdrempel.

Geen woord over Dexia-molensteen

De ernst van de crisis en zijn impact waarover ik het zonet had wordt in dit bestuursakkoord.– en dat is meteen onze eerste kritiek – zo goed als genegeerd. Nochtans weet iedereen hoe bijvoorbeeld het Dexia-debacle als een molensteen rond de nek hangt van de overheidsfinancies en dat zowel federaal als regionaal, provinciaal én gemeentelijk. Vooral de gemeenten, die wij geacht zijn te ondersteunen en wiens budgetten tien maal die van de provinciebesturen bedragen, worstelen al twee jaren met de gevolgen van de Dexiacrisis. Welnu, in die omstandigheden de financiële perspectieven van onze provincie uittekenen in dat ene zinnetje – ‘Na de verevening met Vlaanderen wordt het totaal budget herbekeken, net zoals de provinciale fiscaliteit’ – kan je bezwaarlijk bestempelen als een duidelijke beleidskeuze.
Even terzijde: wie van de 50 nieuwe raadsleden verstaat die term verevening? Of al die andere al dan niet uitgelegde diensten en afkortingen in de tekst zoals GIS-dienstverlening, PDPO, BBC en dan zwijg ik nog over zaken als NME/MDO. Bij de lezing van de tekst van het akkoord dacht ik soms: al een geluk dat wij hier niet eerst een inburgeringsexamen moeten afleggen zoals sommigen nu willen opleggen aan kandidaat sociale huurders.

Voor miljonairstaks en een Gemeentekrediet 2.0

Maar nu terug naar de kwestie van de financiering van provincies en gemeenten; door de crisis zal die snel op de dagorde komen. Ik hoop dat er dan, vertrekkend vanuit de noden van de lokale besturen, ook vanuit deze provincieraad druk zal uitgeoefend voor rechtvaardige fiscale maatregelen die een belangrijke oplossing kunnen bieden. En dan denk ik in de eerste plaats aan de invoering van een belasting op de grote vermogens, de zogenaamde miljonairstaks. Die zou slechts de 2 procent rijkste gezinnen van België treffen, en dan nog alleen het deel van hun vermogen boven het miljoen euro. Die superrijken gaan daar geen boterham minder om eten, wel integendeel. Maar het zou de staatskas 8 miljard euro per jaar opbrengen. Die zouden, onder meer door onze overheid, kunnen aangewend worden voor jobs in het onderwijs, de zorgsector, de milieusector, voor sociale woningen, betere pensioenen, bestrijding van de armoede enzovoort.

Ook dat andere programmapunt van de PVDA+, de heroprichting van een echte Openbare Bank, is van cruciaal belang voor de financiële toekomst van de provinciale en gemeentelijke besturen. Ik doel dan op een verbeterde versie van de vroegere ASLK en het Gemeentekrediet. Die waren op verre na niet perfect maar ze beperkten zich tot het verantwoord beheren van ons spaargeld en het verstrekken van leningen. Daar waar hun hun geprivatiseerde opvolgers, Fortis en Dexia, ons geld, ook dat van de gemeenten en provincies, vergokten in een even destructief als immoreel casinokapitalisme.

Collega’s,

Bij een interview naar aanleiding van mijn eedaflegging hier beschreef een krant mij als ‘ouder en milder maar nog altijd even strijdbaar’. Het strijdbare heeft u al wat gehad, nu het milde.
Ja er staan positieve zaken in dit bestuursakkoord. Zowel realisaties waaraan men wil verder bouwen als mooie intenties.

Steun aan positieve realisaties

Welke realisaties willen wij verder helpen ontwikkelen?
Een. De groepsaankopen van energie. Mevr. Inga Verhaert mag fier zijn op dat initiatief. En ik distantieer mij dan ook van de grove kwalificatie van ‘volslagen overbodigheid’ waarmee de fractieleider van VB haar aanwezigheid in de deputatie zopas meende te moeten bedenken.
De groepsaankoop had zijn beperkingen, vooral dat de korting maar één jaar geldig blijft en dat de 100 procent groene stroom alleen op papier groen is, in werkelijkheid slechts 3 procent. Toch hadden en hebben deze groepsaankopen hun verdiensten. Zij helpen de consumenten om in opstand te komen tegen de energieprijzen die, in drie jaar tijd, stegen met een schandelijke dertig procent. En dat tot groot profijt van energiereuzen als Electrabel die op hun miljardenwinsten, dankzij de notionele intrestaftrek, geen belastingen betalen of een paar honderd euro, nog minder dan een gepensioneerd gezin.
In verband met die groepsaankopen stellen wij voor er in de toekomst voor te zorgen
1) dat de kortingen een permanent karakter krijgen
2) dat ze veel toegankelijker gemaakt worden voor die sociale lagen voor wie de energiefactuur vaak ondragelijk is geworden en niet beperkt blijven tot een groep van overwegend beter opgeleide, prijsbewuste consumenten
3) dat ze bijdragen tot een bewustmaking dat er nood is aan een openbaar energiebedrijf zodat iedereen toegang kan krijgen tot goedkope energie.

Andere zaken en plannen waarachter onze fractie staan zijn:
– het energieke fietsbeleid
– de uitbreiding van vrije tijdsgebieden en de zorg voor hun publieke toegankelijkheid
– de steun aan het Wereldmuziekfestival Mano Mundo,
– de steun, althans tot nu toe, aan de vzw die in het oude Dominicanerklooster onderdak biedt aan daklozen, voedselbedelingen organiseert en ruimtes ter beschikking stelt van jong artistiek talent. In tegenstelling tot het plan dat gedeputeerde Peter Bellens zonet bekend maakte, vinden wij dat deze werking er moet blijven en verder ontwikkeld worden.
Ook positief vinden we:
– de invoering en uitbreiding van een maximumfactuur in het onderwijs
– het stimuleren van de volkstuintjes,
– de digitalisering en dus democratisering van museumcollecties…
– en natuurlijk de vele andere, soms te kleine, initiatieven in de welzijnssector.
Bij dit punt verwondert het mij, als stichter van Geneeskunde voor het Volk, wel dat er niets expliciet vermeld wordt over steun aan de oprichting van wijkgezondheidscentra. De nood aan gratis, of bijna gratis, kwalitatieve eerstelijnsgezondheidszorg is in onze regio nochtans zeer groot en het gebrek aan huisartsen wordt er op verschillende plaatsen alarmerend. Wijkgezondheidscentra kunnen daar een oplossing voor bieden.

Geen provocatorische antisociale N-VA-dada’s

In het luik positieve zaken wil ik nog twee zaken in het bijzonder onderstrepen.
1) “Bij de projecten rond het thema ‘inclusie’ gaat de klemtoon gaat verschuiven naar de bredere groep van ‘maatschappelijk kwetsbare jongeren” (blz. 15), en
2) ‘We blijven de provinciale voedselbank van nabij opvolgen en we ondersteunen de sociale kruideniers’ (blz. 17).
Dat zijn twee beleidsopties die opvallend contrasteren met enkele kille, antisociale keuzes over diezelfde onderwerpen in het bestuursakkoord van de stad Antwerpen. Dat bestuursakkoord van A reduceert de sociale dienstverlening van het OCMW. Zo wijst het de verdere uitbouw van sociale restaurants af en schaft het de sociale kruidenierswinkels gewoon af. Dit provinciale bestuursakkoord doet dat dus niet, en dat is een keuze die wij waarderen.

Na het belichten van enkele positieve punten – weliswaar met hier en daar een kritische kanttekening – verduidelijk ik nu de fundamentele bezwaren waarom de PVDA+ dit akkoord niet kan goedkeuren.

Ons voornaamste bezwaar is dat dit bestuursakkoord zich ten gronde inschrijft in het neoliberaal beleid dat gevolgd en opgelegd word door zowel de federale als de regionale regering. Ongeacht de partijkleuren van de dienstdoende premiers en coalities. We vinden er dezelfde krachtlijnen in..

Van verzelfstandiging tot privatisering

Krachtlijn 1 is een keuze voor steeds meer privatisering. Operaties zoals uitbesteding en verzelfstandiging bereiden de weg voor naar gedeeltelijke of gehele privatisering. Ook de provinciebesturen zijn al geruime tijd die weg ingeslagen met de oprichting van APB’s, EVA’s en IVA’s, respectievelijk Autonome Provinciale Bedrijven, Extern verzelfstandigde Agentschappen en Intern Verzelfstandigde Agentschappen. Het akkoord wil op dat vlak nog verder gaan.
Als sociale huurder sinds 33 j en als arts in Hoboken, sinds nog langer, kan ik getuigen hoe niet alleen bij de steden en gemeenten maar ook bij ex-openbare ziekenhuizen en sociale huisvestingsmaatschappijen de trend tot uitbesteding, verzelfstandiging en privatisering meestal leidt tot slechtere dienstverlening en veel hogere prijzen. Die trend zullen wij dus bestrijden.

In de pas van het Vlaamse neoliberale beleid

Krachtlijn 2 in het akkoord is een, weliswaar nog wat verdoezelde, keuze voor besparingen met een asociaal karakter. Wat het personeelsbeleid van de provincie betreft, dienen we ons, ondermeer bij de vakbonden, nog meer te informeren. We vingen al enkele echo’s op, meestal positief. Maar de vraag is hoe lang dat nog zal duren. Zeker als we hier, vanwege de N-VA-fractieleider horen: ‘We moeten ook neen kunnen zeggen’.
Wat wij in elk geval nu al kritiseren is dat ook hier, net zoals in de gemeenten, de statutaire tewerkstelling wordt vervangen door contractuele zodat deze laatste de overhand krijgt. De wegwerking van de onhoudbare discriminatie tussen beide groepen, vooral op het vlak van pensioenstelsel, bevindt zich nog maar in een beginstadium en schiet nog fel tekort.
Op blz. 32 staat ‘We zetten in op het ‘ambassadeursschap’ van het provinciaal personeel’. Een zin om lyrisch bij te worden. Maar kan je dat bereiken met contractuelen? Kan je je inbeelden dat ons ministerie van Buitenlandse Zaken beroep doet op contractuelen voor de posten van ambassadeur in het buitenland? Integendeel, die verzekert men juist het statuut van topambtenaren en dito vergoedingen.

In het akkoord lezen we ook deze zin: ‘Personeelsverloop leidt niet automatisch tot vervangingen’. Een zin die ons ronduit bezorgd maakt. Natuurlijk kunnen bepaalde functies, door technologische vooruitgang, wegvallen of gereduceerd worden. Maar het doel kan onmogelijk zijn het personeelsbestand in zijn totaliteit te verminderen. Dat moet, gezien de grote sociale en ecologische noden waarvoor ook de provincie verantwoordelijkheid draagt, juist vermeerderd worden. Onze vraag aan de deputatie is dan ook. Betekent de slogan ‘De provincie werkt voor u’ ook ‘De provincie ZORGT VOOR WERK voor u’? Daar gaan wij alvast ook op hameren.

Samen met mijn collega Nicole Naert, beter gekend in ACOD en andere syndicale omstreken als 'secretaris Nicolleke' van het ministerie van Financiën, besprak en kritiseerde ik dit document 'De provincie werkt voor u'. Twee vragen lagen voor de hand: Wie zijn die 'u' waarvoor men gaat werken? En gaat de provincie ook ZORGEN VOOR werk voor u?

Namens mijn collega Nicole Naert, beter gekend in ACOD en andere syndicale omstreken als ‘secretaris Nicolleke’ van het ministerie van Financiën, besprak en kritiseerde ik dit document ‘De provincie werkt voor u’. Twee vragen lagen voor de hand: Wie zijn die ‘u’ waarvoor men gaat werken? En gaat de provincie ook ZORGEN VOOR werk voor u?


Mooie woorden versus realiteit

Het gedwee navolgen van het neoliberale Vlaamse en federale beleid heeft als gevolg dat er een discrepantie is tussen de intenties van het akkoord en de werkelijkheid. De mooie woorden botsen vaak met de realiteit op het terrein.

Zo spreekt het akkoord zich uit voor ‘inclusieve groei, een economie met veel werkgelegenheid en sociale en territoriale cohesie’. Een zin om bij weg te dromen ware het niet dat we hier de voorbije twee jaren vooral sluitingen en massaontslagen hebben gezien van Opel, Giesen, Bekaert Hemiksem, noem maar op, en, recent, Philips Turnhout, BMT, Ford Genk, Arcelor Mittal en zovele anderen.

Inzake mobiliteit, een cruciaal probleem voor onze regio, belooft het akkoord te helpen om – zo lezen wij – ‘oplossingen te creëren door nauwe samenwerking met De Lijn en de NMBS’. Klinkt dat niet bijzonder hol nadat uitgerekend De Lijn, onder druk van de Vlaamse regering – allicht niet toevallig met een identieke coalitie als ons nieuw provinciebestuur – 2000 buslijnen afschafte? Ook en vooral in onze regio is de zogezegde vertramming – op zich een positief gegeven – gepaard gegaan met een ontbussing. Met als gevolg veel chaos, ellende en tijdsverlies Dat deed vakbonden en gebruikers onlangs samen betogen. Solidair, zij aan zij, en dat was in het verleden bij stakingen, niet altijd zo.

Er is over dit akkoord nog veel meer te zeggen. Voor een aantal zaken willen we ons, als nieuwelingen, eerst beter informeren. Andere kunnen beter aan bod komen bij de komende bespreking van de begroting. Daar zullen we concreter kunnen zien welke effectief de prioriteiten van het bestuur zijn.

Als slot wil ik nog iets zeggen over twee thema’s uit het akkoord die ons nauw aan het hart liggen en waarmee we heel wat ervaring hebben. Het gaat om milieu en om diversiteit.

Milieuvergunningen klasse I: nul democratie

Over milieu, drie zaken

Een. Ik lees in de brochure van de Vereniging van Vlaamse Provincies dat ook na de herdefiniëring van de taken van de provincie door de ‘Interne Vlaamse Staatshervorming’ de aflevering van milieuvergunningen voor bedrijven van klasse 1, die een groot veiligheids- en gezondheidsrisico inhouden, de exclusieve bevoegdheid blijft van de deputatie. De verkozen raad heeft daar niks in te piepen. Ik herinner me nog dat ik in 1988, in volle strijd tegen de ernstige loodvergiftiging van Hobokense kinderen door Métallurgie Hoboken (nu Umicore), een interpellatie schreef voor het toenmalige PVDA-provincieraadslid Maggy Doumen naar aanleiding van de hernieuwing van de milieuvergunning voor dit bedrijf. Met als doel de fabriek bij die gelegenheid striktere saneringseisen op te leggen. In eerste instantie kreeg Maggy Doumen zelfs verbod daarover te interpelleren. Maar strijdbaar als we waren, en nog zijn, is die interpellatie toch doorgegaan. Ik hoop dat in deze legislatuur interpellaties over zo’n zaken aanvaard zullen worden als een democratische vanzelfsprekendheid. Inmiddels blijven wij deze restrictie van het milieuvergunningenbeleid tot alleen maar de deputatie een perfecte illustratie vinden van de grote mankementen die onze democratie vertoont telkens als het om de belangen van grote kapitaalgroepen gaat. Wij zullen ons dan ook van hier uit inzetten om dat te veranderen.

Twee, over het milieu. Bij de slogan ‘De provincie werkt voor u’ is de voor de hand liggende vraag wie met die ‘u’ bedoeld wordt. Is dat de grote meerderheid van de werkende mensen en van de steden en platteland of een selecte en machtige groep grote kapitaalbezitters? Welnu, precies inzake milieu is het akkoord daarover ongegeneerd duidelijk. Zo wordt er op blz. 25 aangekondigd dat er ‘een permanente (milieu)vergunning in de pijplijn zit’. Een optie die compleet in strijd is met de voordelen die men in de zin, die onmiddellijk daarop volgt, beschrijft. Daar staat: “Het actuele systeem van milieuvergunningen met beperkte termijnen is een goed instrument om ondernemingen aan te zetten tot innovatie en duurzaam ondernemen.” Goede instrumenten weggooien is dat behoorlijk bestuur? Ook op dit punt zal u ons alvast als tegenstander ontmoeten.

Drie. Ook in het milieubeleid speelt het mobiliteitsdossier een sleutelrol. In dat verband druk ik dan onze verwondering uit over het totale stilzwijgen in dit akkoord over het bij referendum afgewezen BAM-tracé en de groeiende roep om overkapping van de ring. Vanwaar die stilte? Loopt het bestuur ook hier slaafs in de pas van de Vlaamse regering, wiens dienstbaarheid aan betongigant Noriant en anderen door Straten-Generaal en Ademloos onlangs werd aangetoond met onthutsende geheim gehouden documenten?

Jobs en respect ook voor ‘allochtonen’

Over diversiteit, tenslotte.

De internationalisering van onze maatschappij is inherent aan de globalisering van onze economie en onze wereld. Onze partij was bij de eersten die dit erkend heeft. Zij heeft zich altijd ingespannen voor de rechten van alle werkers, ongeacht hun origine. De werkende mensen van de hele wereld zijn onze familie. Internationalisme en solidariteit behoren tot onze basisprincipes. Daarom dat wij altijd consequent zijn ingegaan tegen racisme, tegen het zaaien van verdeeldheid tussen de werkende mensen en voor het erkennen van ieders culturele, religieuze of andere identiteiten, en voor wederzijds respect. Dat hebben wij ook gedaan toen deze principiële opstelling electoraal nadelig was bij een deel van ons publiek. Daarvoor heeft een deel van de allochtone gemeenschappen ons nu bij deze verkiezingen wel beloond. Wij zullen ook hen het vertrouwen dat zij in ons stellen waardig blijven tonen.

In verband met de diversiteit belooft het akkoord daarvoor ‘aandacht’ te zullen hebben bij de aanwerving van personeel. Als we de cijfers daarover krijgen zullen we oordelen of dit ook effectief het geval is. Een van onze hoofddoelen is er voor te zorgen dat ook de provincie prioritair alles doet wat mogelijk is om de gesel in te dijken van de jeugdwerkloosheid, bij de jongeren in het algemeen en bij de jongeren van allochtone origine in het bijzonder. Bij deze laatsten bedraagt de werkloosheid in bepaalde districten van de stad Antwerpen tot vijftig procent. Deze schande voor een rijk land als het onze, tevens een tikkende sociale tijdbom, moeten dringend weggewerkt worden.

Op het vlak van diversiteit heb ik ook nog een klein voorstel, weliswaar symbolisch maar juist daarom ook meteen uitvoerbaar. Dat gaat over het promotiefilmpje van de Vlaamse provincies ‘Druk je stempel op je provincie’. Daarin wemelt het van namen die allemaal uitgenodigd worden hun stempel op onze provincie te drukken. Het gaat dan om ‘Anna, Kaat, Stef, Hilde, Emma, Bram, Niel, Stijn, Kaat, Frank, Sarah, Johan, Karel, Joris, Roel en Maxim’… Allemaal wel mooie namen, maar beschamend dat er niet een naam is die verwijst naar de nieuwe Belgen van allochtone origine. Dus geen Fatima, Yousra, Yassin, Mohamed, Boran, Hatice, Naïm of Boris die ook hun stempel op onze provincie kunnen drukken . En dat terwijl zij in onze provinciehoofdstad bijna de helft van de bevolking uitmaken. Het stelt niet veel voor maar als signaal dat ons bestuur het echt meent met de keuze voor diversiteit heeft deze kleine correctie van die namenreeks wel betekenis. Bovendien kost het niet veel.

Voor een ‘quick-visie’

Waarde collega’s,

In het slot van dit bestuursakkoord lezen we: “Het departement communicatie van onze provincie zal consequent ‘een slow-visie’ doortrekken”. Dit om toeristen aan te trekken die in onze ‘slow-provincie’ traagjes kunnen komen genieten van wat ze te bieden heeft. We hebben daar niets tegen.
Maar voor de grote problemen waarmee niet alleen onze kiezers maar de grote meerderheid van onze bevolking vandaag te maken heeft – toegankelijke gezondheidszorg, betaalbaar en sociaal wonen, onderwijs, jobs, mobiliteit, gezond milieu en groen – daar zal de PVDA+-fractie wel ijveren voor een ‘quick-visie’ in plaats van een ‘slow-visie’.

Het bestuur zal met ons een linkse sociale luis in de pels hebben. Tegelijk zullen wij daarbij, waar het ook maar enigszins mogelijk is, samenwerken met progressieve en sociale krachten in andere fracties.

Ja wij zullen een radicale sociale oppositie voeren. Omdat de krachtlijnen van dit bestuursakkoord, die een afspiegeling zijn van het zowel het Vlaamse als het federale beleid, ons daartoe verplichten. Maar, waar mogelijk, zal het ook een constructieve oppositie zijn.

Ik dank u.

Advertenties

2 reacties »

  1. smet andries said

    Kris en Nicole hebben enorme ervaring,een onvoorwaardelijke inzet,en ze zwemmen als een vis tussen het volk waar ze hun oor te luisteren leggen.Ik wens hun veel succes en ben er zeker van,dat ze ondanks hun beperkte mogelijkheden veel positiefs zullen verwezelijken voor het volk en de PVDA

  2. martin meerts said

    Veel succes!!

RSS feed for comments on this post · TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: