Moskee ‘De Koepel’: een rondje electoraal islambashen van Bourgeois en De Wever

Het 15 centimeter dikke 'dossier De Koepel'

Het 15 centimeter dikke ‘dossier De Koepel’

Op 31 maart bezorgde burgemeester De Wever, een uur vóór de zitting, aan de gemeenteraadsleden, een besluit dat volgens hem ‘hoogdringend’ moest gestemd worden. Het hield een positief advies in aan Vlaams minister van Binnenlandse Zaken Bourgeois (N-VA) om de erkenning van de bekeerlingenmoskee De Koepel in Borgerhout op te heffen. De raadsleden hadden op voorhand 0,0 pagina dossier kunnen inkijken en dus onthielden PVDA+, Groen en sp.a zich. De meerderheid van BDW (N-VA, CD&V, Open VLD) keurde het besluit evenwel goed, uiteraard met steun van Vlaams Belang. Exact een maand later, op 30 april, liet het provinciebestuur van Antwerpen, waarvan niet alleen N-VA en CD&V deel uitmaken maar ook sp.a, een nog sterker geformuleerd positief advies voor opheffing van de erkenning stemmen. Alleen de PVDA+ stemde tegen. Omdat het reusachtige dossier over deze zaak, dat wij wel konden inkijken, finaal een lege doos blijkt te zijn en administratiefrechtelijk langs alle kanten rammelt. De enige verklaring dat het niet gewoon geseponeerd is, is de drang van een N-VA-minister en zijn partijtop om zich, vlak voor de verkiezingen, te profileren naar dat deel van het extreemrechtse electoraat dat zij nog niet hebben binnengehaald. Lees met welke methodes, sommigen meewerken aan het aanwakkeren van xeno- en islamofobie.

Hieronder vindt u de analyse van het dossier waarmee minister Bourgeois, zowel de gemeenteraad als de provincieraad heeft kunnen overhalen – zeg maar gedwongen – om hem, nog voor de verkiezingen, een positief advies te bezorgen voor opheffing van de erkenning van de moskee De Koepel. Het advies van de provincieraad is in deze het belangrijkste omdat het provinciebestuur belast is met het toezicht op, en de subsidiëring van, de laatst erkende erediensten, de Grieks- en Russisch-orthodoxe en de islamitische. (De al veel langer erkende erediensten – rooms-katholieke, protestantse, Anglicaanse en Israëlitische – vallen met hun bestuursorganen zoals de kerkfabrieken, onder de bevoegdheid van de gemeenteraden.) De islamitische eredienst is weliswaar, na onderhandelingen met Saoudie-Arabië ten tijde van de oliecrisis, al in 1974 door België erkend. Maar omdat de discussies over de samenstelling van een representatief orgaan, de Executieve van Moslims van België, meer dan 20 jaar heeft aangesleept, konden moskeeën pas vanaf 2006 erkenning beginnen aanvragen. Vermits inmiddels, door een staatshervorming, de bevoegdheid over de erediensten was overgedragen aan de regio’s dienden in Vlaanderen die aanvragen te gebeuren op basis van het Besluit van de Vlaamse regering (BVR) van 30 september 2005.

Voor een goed begrip van de zaak is het belangrijk om vanaf nu al voor ogen te houden wanneer en hoe heel deze affaire begonnen is. Dat was in juni 2013, in volle politieke beroering rond de zaak van Belgische Syriëstrijders en de vermeende rol van bepaalde moskeeën in de radicalisering van jongeren. Het is pas toen dat minister Bourgeois zich plots voor het eerst is gaan bemoeien met de moskee De Koepel en een procedure voor opheffing van haar erkenning heeft opgestart. Waartoe dat allemaal geleid heeft legde ik uit in de tussenkomst waarmee ik op de provincieraad onze afkeuring en tegenstem voor het provinciebesluit verantwoordde. Hier volgt de tekst daarvan, hier en daar aangevuld met gegevens die ik pas achteraf kon achterhalen.

De berg baarde een muis

Een kanjer van een dossier ter inzage op de griffie blijkt een lege doos te zijn.

Een kanjer van een dossier ter inzage op de griffie blijkt een lege doos te zijn.

Mevrouw de gouverneur,
Voorzitter,
Collega’s,

Onze collega’s van de gemeenteraad hebben over een gelijkaardig besluit moeten stemmen zonder ook maar enige kennis van zaken. Wij hebben de voorbije week wel het dossier over de moskee De Koepel kunnen inkijken op de griffie. Zoals u hier ziet op de foto die ik er toen van nam: het is een kanjer van dossier, 15 centimeter hoog. Helaas heeft de berg een muis gebaard. Of liever: een muisje, dat bovendien volop symptomen vertoont van verkiezingskoorts en electorale profileringsdrang.

De meerderheid van N-VA, CD&V en sp.a wil u vandaag volgend besluit laten stemmen waarvan het enige artikel luidt:
‘Gunstig advies wordt verleend inzake het voornemen van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand om de erkenning van de lokale islamitische geloofsgemeenschap De Koepel – Stenenbrug 11 te 2140 Borgerhout (Antwerpen) op te heffen.’

Onze fractie is ontgoocheld en beschaamd over dit voorstel van besluit.

Wij zijn ontgoocheld omdat de meerderheid geweigerd heeft in te gaan op mijn positief voorstel om dit besluit, waarvoor geen enkele inhoudelijke grond bestaat en zelfs geen administratief-juridische, af te voeren van de agenda van deze zitting, die de laatste is voor de verkiezingen. Op die wijze hadden wij er toe kunnen bijdragen dat het debat in deze verkiezingscampagne gaat over de zaken die er echt toe doen voor alle werkende mensen, ongeacht hun origine of filosofische overtuiging. Namelijk de dringende noodzaak om wat te doen aan de stuitende toename van de rijkdom van een kleine toplaag ten koste van de afbraak van sociale verworvenheden voor de grote meerderheid.
Maar met dit overbodige en kwaadwillige agendapunt 1/1 schuift de meerderheid daarentegen een thema naar voor dat een deel van de werkende mensen nog altijd verdeelt. En dit als gevolg van jarenlange aanwakkering van islamofobe en xenofobe gevoelens, met behulp van leugen en laster, vooral door extreem rechts. Ik meen dat het de plicht is van alle democraten daar tegen in te gaan in plaats van dat voedsel te geven.

Wij zijn ook beschaamd. Beschaamd omdat men, bij goedkeuring van dit besluit, minister Bourgeois en zijn partijtop helpt om zich vlak voor de verkiezingen te profileren als diegenen die ‘durven optreden tegen de moskeeën en de islam’ om zo nog wat extra kiezers en stemmen af te snoepen van extreem rechts.

Excuses? Neen, opheffing van erkenning!

Indien de minister van Binnenlandse Zaken eerlijk was geweest; dan was het enige wat hij in deze zaak nog dringend moest ondernemen: het aanbieden van zijn excuses. Minister Bourgeois had al lang moeten toegeven dat de redenen die hij in juni vorig jaar aanhaalde om de procedure voor opheffing van de erkenning van moskee De Koepel op te starten, gebaseerd waren op valse beweringen en zelfs laster. Zodra de Staatsveiligheid, op 17 januari 2014, zelf in een Nota aan minister van Justitie Turtelboom, de aantijgingen over een rol van De Koepel in de radicalisering van jongeren formeel had weerlegd, had hij zich moeten verontschuldigen. Maar in plaats van excuses en verzoening greep de minister een al lang bekend administratief probleem aan om alsnog gemeente- en provinciebestuur te dwingen tot een positief advies voor opheffing van de erkenning. Een probleem dat bovendien administratief-juridisch tot vóór 4 weken niet eens kon opgelost worden. Gewoon omdat een centrale actor, de Executieve van Moslims van België (EMB), sinds januari 2012 in lopende zaken was en in deze en andere aangelegenheden dus niet kon optreden. Pas op 2 april laatstleden publiceerde het Staatsblad het nieuw ‘Koninklijk Besluiten houdende de erkenning van de leden van de Executieve van Moslims van België’. Pas na die datum was de nieuwe Executieve wel gevolmachtigd om officieel de aanvraag tot oplossing van het administratief probleem bij minister aanhangig te maken en met hem te regelen.

Collega’s,

Bij dit dossier, mogen we niet vergeten hoe deze zaak begonnen is in juni 2013, tijdens de beroering rond Belgische Syriëstrijders.

Naar aanleiding van de Syriëstrijders lanceren Bourgeois en BDW beschuldigingen die later laster blijken.

Naar aanleiding van de Syriëstrijders lanceren Bourgeois en BDW beschuldigingen die later laster blijken.

Zowel minister Bourgeois als burgemeester De Wever hebben zich toen geprofileerd met straffe uitspraken. Zo lezen we in De Nieuwe Gazet van 14/6/2013 onder de titel ‘Bourgeois schrapt radicale moskeeën’(zie foto hierboven): “Vlaams minister Bourgeois (N-VA) trekt de erkenning in van twee Vlaamse moskeeën. Het gaat om De Koepel in Borgerhout en Asssounah in Waregem. Bourgeois bevestigt dat de Staatsveiligheid hem ‘verontrustende informatie’ bezorgde over beide gebedshuizen. (…) De Koepel zou, naar verluidt het jongste jaar fel geradicaliseerd zijn. Dat bevestigt ook het kabinet van de Antwerpse burgemeester De Wever. Volgens een bron dicht bij het dossier wordt in die moskeeën het salafisme beleden, een fundamentalistische stroming binnen de islam’. De dag erna bevestigt minister Bourgeois in dezelfde krant nog eens het bericht over ‘verontrustende informatie van de Staatsveiligheid’ omtrent de twee moskeeën.

Moskee De Koepel werd door de Vlaamse overheid erkend op 24 oktober 2011. Het was de laatste erkenning van een moskee. Slechts 28 van de meer dan 200 moskeeën in Vlaanderen zijn tot nu toe erkend. Sinds het voorjaar van 2012 kreeg geen enkele moskee nog een erkenning omdat, als gevolg van interne strubbelingen, de Moslimexecutieve EMB sindsdien ‘in lopende zaken’ is.

Kort na de erkenning zou blijken dat er zich een klein bestuurlijk probleem stelde voor de moskee De Koepel (zie verder). Maar anderhalf jaar lang was dit geen aanleiding voor minister Bourgeois om op dit punt op te treden. Er was trouwens geen enkel urgente reden: vermits de moskee zelf wist dat zij op een puntje administratief niet in orde was, had zij ook nog geen enkele aanvraag tot wettelijke subsidie ingediend en dus ook niet gekregen. De ‘urgentie’ ontstond voor minister Bourgeois slechts toen men de kans zag politieke munt te slaan uit optreden tegen De Koepel. Na de beroering rond de Syriëstrijders stuurt Bourgeois op 7 juni meteen een brief naar de Executieve. Daarin gewaagt hij wel van een ‘bestuurlijk probleem’ waarmee de moskee kampt, maar beklemtoont vooral: ‘De geloofsgemeenschap De Koepel zou zich in zekere mate radicaliseren en toenadering zoeken naar bepaalde salafistisch-georiënteerde organisaties en personen. De geloofsgemeenschap zou hebben meegewerkt aan een benefietactie waarvan de opbrengst ging naar de vzw Aksahum, een organisatie die banden heeft met Hamas.’ Waarna hij er op wijst dat de erkende geloofsgemeenschappen ‘blijvend moeten voldoen aan de erkenningsvoorwaarden’. Waarmee bedoeld wordt ‘niets te doen dat strijdig is met de Grondwet (anti-terrorisme-wet) en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Tot slot eist Bourgeois dat de Executieve binnen een termijn van 100 dagen de nodige inlichtingen bezorgt over de door hem aangehaalde verdenkingen.

Staatsveiligheid pleit De Koepel vrij

In de maanden juli tot augustus 2013 volgt er een uitvoerige briefwisseling tussen de advocaat van De Koepel, de Executieve en de minister waarin de aantijgingen tegen de moskee gedetailleerd worden weerlegd. Zo wordt bewezen dat de vzw Aksahum aan wie De Koepel 28.000 euro overmaakte, in het kader van een ruime benefietactie van Moslims4Humanity, een officieel erkende Belgische vzw is, waartegen nooit door de overheid, die daarover moet waken, enige klacht is geformuleerd. Kopies van de stortingen aan de vzw zijn aan het dossier toegevoegd. Daarnaast ook nog de link naar de videoreportage, uitgezonden in het VRT-journaal van 3 februari 2013, met beelden over de overhandiging van het met het ingezamelde geld aangekochte medische materiaal aan een NGO in Palestina.

Veel belangrijker is evenwel dat de Staatsveiligheid op 17/1/2014 een officieel verslag opstelt dat overduidelijk is. Het is de enige brief van deze dienst die in het dossier steekt. Het gaat om een ‘Nota aan mevrouw de minister van Justitie’ met als onderwerp ‘Moskee De Koepel – niet geklassificeerde informatie’. Het besluit is overduidelijk: “Onze dienst is niet op de hoogte van specifieke extremistische uitspraken of activiteiten binnen de moskee De Koepel die een concrete inbreuk zouden inhouden op de erkenningscriteria voor plaatselijke kerk- of geloofsgemeenschappen, zoals omschreven in het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005’. Klaarder kan het niet: ze beantwoorden aan de criteria, dus zeker geen reden om op basis van vermoeden van extremisme de opheffing van erkenning te vragen.

Het kernstuk: al op 17/1/2014 pleit de Staatsveiligheid zelf De Koepel vrij: geen reden voor opheffing van erkenning. De datum van aankomst bij provincie en stad (24/2/) bewijst dat De Wever op 31 maart zijn gemeenteraad bewust voorloog.

Het kernstuk: al op 17/1/2014 pleit de Staatsveiligheid zelf De Koepel vrij: geen reden voor opheffing van erkenning. De datum van aankomst bij provincie en stad (24/2/) bewijst dat De Wever op 31 maart zijn gemeenteraad bewust voorloog.

Dit verslag wast De Koepel dus wit van alle beschuldigingen die aanleiding waren tot het opstarten van de procedure voor opheffing. Dit verslag, ondertekend door administrateur Alain Winants van de Staatsveiligheid, volstond om met de procedure te stoppen. En het volstaat ook om het aan ons gevraagde advies te verwerpen.

De Wever loog zijn gemeenteraad 2 x voor!

In de marge wil ik opmerken dat de burgemeester van Antwerpen, die op 31 maart ook een positief advies voor opheffing liet stemmen in de gemeenteraad tot twee maal toe beweerde dat hij op zijn vraag aan de bevoegde diensten voor informatie over het staatsgevaarlijk karakter van De Koepel, en of daar al dan niet extremisme aanwezig is, ‘tot op heden géén antwoord had gekregen’. Zijn slotzin luidde: ‘Dus als u zich zorgen maakt over een eventueel gevaarlijk karakter kan ik u niet zeggen dat er stukken zijn die dat staven. Dus dat het tot dan gepast is zo’n dingen niet te beweren. Maar ik kan u ook niet het omgekeerde zeggen want ik heb nog geen antwoord van de bevoegde dienst die dat soort zaken moet vaststellen in een rechtsstaat.’ De integrale passage van het antwoord van De Wever kan u zien en beluisteren in dit korte videofragment (1 minuut).

Screenshot van de video (zie link hierboven) van de gemeenteraad waarin BDW loog dat hij nog geen antwoord had over het al dan  niet gevaarlijk zijn van De Koepel.

Screenshot van de video (zie link hierboven) van de gemeenteraad waarin BDW loog dat hij nog geen antwoord had over het al dan niet gevaarlijk zijn van De Koepel.

Welnu, het lijdt geen twijfel – en dat kan ook bewezen worden door het opvragen van documenten – dat Bart De Wever hier ronduit zijn gemeenteraad heeft voorgelogen. Bovenstaande illustratie van de brief van 17 januari 2014 waarin de door hem geciteerde bevoegde dienst, de Staatsveiligheid, de moskee De Koepel vrijpleit is op het provinciebestuur toegekomen op 24/2/2014. Getuige de stempel met aankomstdatum onderaan links. Het is zonder meer zeker dat de burgemeester van Antwerpen, die ook nog in deze tussenkomst herhaalde dat hij de zaak op de voet volgde, die brief in dezelfde periode, en zoals gewoonlijk zelfs op dezelfde dag, heeft ontvangen. Diverse bronnen bevestigen mij dat De Wever van dit alles ook al in februari op de hoogte was gesteld. En in elk geval was minister van justitie Annemie Turtelboom op de hoogte. Zij had die brief, op 17 januari aan haar gericht, al ruim een maand eerder ontvangen. Ook langs dat kanaal – de Open VLD zit in Antwerpen in de bestuursmeerderheid – had De Wever de ontlastende informatie van de Staatsveiligheid kunnen vernemen. Net zoals mevr. Turtelboom, zelf aanwezig op de bewuste gemeenteraad, die ‘niet geclassificeerde’ informatie had mogen en moeten bekend maken. Maar ja, wie durft in die coalitie tsaar De Wever terechtwijzen? Zelfs als hij pertinent liegt? De vraag dringt zich dan ook op: ‘Wie gelooft die mensen nog?’.

Zelfs in het officiële besluit voorgelegd aan de gemeenteraad van 31/3 liegt BDW dat de stad 'momenteel geen correcte info' bezit (geel gemarkeerd). Al op 24/2 beschikte hij over ontlastende info van de Staatsveiligheid. En coalitiepartner Turtelboom al op 17/1!

Zelfs in het officiële besluit voorgelegd aan de gemeenteraad van 31/3 liegt BDW dat de stad ‘momenteel geen correcte info’ bezit (geel gemarkeerd). Al op 24/2 beschikte hij over ontlastende info van de Staatsveiligheid. En coalitiepartner Turtelboom al op 17/1!

De vrijpleiting van radicalisme door de SV had door iedereen die zich wilde informeren op voorhand geweten kunnen zijn. De Koepel volgt immers de Malikitische wetschool net als de meeste moskeeën in Marokko. Dat is een van de vier soennitische scholen. Die is gematigd en neemt elementen van het soefisme en het volksgeloof over. De Maliki hebben geen enkel uitstaand met de salafisten, laat staan met internetjihadi. Integendeel, zij zetten zich daar tegen af, en propageren dat hier ook zo.
Alle preken van de Koepel, een moskee opgericht door Belgische bekeerlingen, zijn in het Nederlands. Zij zijn zonder problemen te verstaan (in tegenstelling tot die van vele Saoudische salafistische imams) en worden bovendien on-line uitgezonden.

Een stok zoeken om een hond te slaan

Na het afvoeren van alle beschuldigingen van extremisme en staatsgevaarlijkheid had Bourgeois geen been meer om op te staan. Om alsnog zijn met poeha aangekondigde voornemen waar te maken om de erkenning van De Koepel op te heffen, restte hem alleen nog het ‘bestuurlijk probleem’ van de moskee. Onderstaande toelichting over dit probleempje bewijst dat het hier gewoon neerkomt op ‘een stok zoeken om er de hond mee te slaan’. Een Vlaams gezegde dat de gelovigen van De Koepel, allen Nederlandstaligen, én ook u, maar al te goed verstaan.

Waaruit bestond het bestuurlijk probleem en hoe was het er gekomen?
Kort na de erkenning van de moskee De Koepel in oktober 2011 werden de feitelijke verantwoordelijken, verkozen leden van de vzw De Koepel, ontboden bij de Executieve voor uitleg over de stappen die zij nu dienden te zetten om ook aanspraak te kunnen maken op de wettelijk voorziene subsidies voor erkende erediensten: een loon en eventueel een woningvergoeding voor de bedienaar (hier iman) en dekking van bepaalde tekorten voor de infrastructuur, dat alles volgens de regels die daarvoor voor alle erkende erediensten gelden. Pas op die vergadering, begin 2012, vernamen de verantwoordelijken van de vzw De Koepel, dat één van de voorwaarden was de verkiezing van een comité en dat zich daarbij alleen kiesgerechtigde ingeschreven leden van de geloofsgemeenschap mochten kandidaat stellen die in ‘de gebiedsomschrijving’ (werkingsgebied) wonen. Die was bij de aanvraag tot erkenning ingevuld als ‘de stad Antwerpen’. Nu woonden en wonen de twee hoofdverantwoordelijken van de vzw, de secretaris (nu voorzitter) en een bestuurder van de vzw respectievelijk in Temse en Aalst. Tegelijk vernamen ze dat ze zich, als gevolg van die woonplaats buiten de stad Antwerpen, geen kandidaat konden stellen voor het verkozen comité waarover de moskee moet beschikken.

Niet onbelangrijk is dat dit probleem als gevolg van de te beperkte omschrijving van het werkingsgebied niet eens de fout is van de mensen van de moskee zelf maar van de betrokken administratieve instanties. Ik beschik over een schrijven dat dit zwart op wit als volgt bevestigt: ‘In het erkenningsaanvraagdossier dat op 5 februari 2010 door De Koepel naar het Executief van de Moslims van België werd gestuurd was als werkingsgebied (gebiedsomschrijving) van de moskee ingevuld: Antwerpen. Zowel het Executief, als de adviserende instanties (stad Antwerpen en provincie Antwerpen) gingen er van uit dat daarmee bedoeld werd de stad Antwerpen (zoals bij alle andere moskeeën, die hun vestigingsplaats hadden op het grondgebied van de stad Antwerpen).’ Het zijn dus de administratieve instanties die, zonder daarover De Koepel nog te raadplegen of op de eventuele implicaties te wijzen, zowel de gemeenteraad van 20 september 2010 als de provincieraad van 23 september 2010 een gunstig advies lieten stemmen voor de aanvraag tot erkenning van de moskeevereniging De Koepel – Stenenbrug 11 te 2140 Borgerhout (Antwerpen) als lokale islamitische geloofsgemeenschap ‘met als gebiedsomschrijving de stad Antwerpen’.

Executieve kon van 2012 tot april 2014 niet eens optreden!

Zodra de minister in juni 2013, in tweede orde het bestuurlijk probleem had opgeworpen van het uitblijven van de verkiezing van een comité van de moskee, heeft De Koepel, met steun van de Executieve, aan de minister een toelating gevraagd voor de uitbreiding van het werkingsgebied van de moskee tot het Vlaamse gewest. Doel van de vraag aan de minister om het werkingsgebied uit te breiden was mogelijk te maken dat de feitelijke verantwoordelijken, allen Belgische bekeerlingen en bestuurders van de vzw, ook verkozen konden worden in het comité. Dat wilden zij precies om infiltratie door externe radicale elementen te voorkomen.

Die uitbreiding van het werkingsgebied is wettelijk perfect mogelijk. Een uitbreiding tot het hele Vlaamse gewest is gecompliceerd omdat de moskee dan tegelijk onder 5 Vlaamse provincies zou vallen en bij even veel instanties zijn aanvragen en begrotingen moet indienen. Maar bijvoorbeeld een uitbreiding van de gebiedsomschrijving tot 2 provincies – in dit geval Oost-Vlaanderen (waar de hoofdverantwoordelijken wonen) en Antwerpen – is wel hanteerbaar en overigens ook al toegepast voor een andere moskee, die zowel onder Oost- als West-Vlaanderen valt.

Kern van de zaak in heel de periode waarin Bourgeois zijn optreden in gang zette was dat de Executieve in lopende zaken was. En dat al sinds 1 januari 2012, want het KB van erkenning liep af eind 2011 omdat er, door interne strubbelingen in de EBM, voor die datum geen nieuwe verkiezingen van de leden had kunnen plaats grijpen.
Nu is het zo dat de moskeeën zelf niet rechtstreeks met de minister kunnen onderhandelen. Alles dient te verlopen via de Executieve maar die lag tot 3 weken geleden (2 april 2014) stil. Die verlamming van de Executieve is trouwens hét argument waarmee Bourgeois sinds januari 2012 alle aanvragen van moskeeën tot erkenning heeft geblokkeerd. Ook een wijziging van de gebiedsomschrijving kon wel formeel door de Executieve worden aangevraagd door De Koepel maar niet officieel behandeld worden. In haar uitgebreide correspondentie hierover schrijft de Executieve aan minister Bourgeois op 2 oktober 2013: “Rekening houdende met de vraag naar een wijziging van de gebiedsomschrijving van de geloofsgemeenschap De Koepel te Antwerpen melden we U dat we reeds gestart zijn met het uitdiepen van dit specifiek aspect. Na telefonische contacten met Uw administratie (de heren Halsberghe en Van den Storme) blijkt dat een eventuele wijzigingsaanvraag complex is en in deze fase van ‘lopende zaken’ niet mogelijk. Zoals u weet liep het KB ter erkenning van het EBM tot eind 2011 en is er tot op heden geen verlenging. De definitieve stappen wat betreft de vraag naar een wijziging van de gebiedsomschrijving zullen pas gezet kunnen worden als de nieuwe ploeg aan het roer van de islamitische eredienst is erkend.’

Electorale forcing Bourgeois

Deel van het besluit van de provincie, gekopieerd van dat van Gemeenteraad. In de eerste gele regel een vraag om een advies dat Bourgeois verkeerdelijk nooit in die termen schriftelijk vroeg!

Delen van het besluit van de provincie, gekopieerd van dat van Gemeenteraad. In de eerste gele regel een vraag om een advies dat Bourgeois verkeerdelijk nooit in die termen schriftelijk vroeg!

De eigen diensten van Bourgeois stellen dus dat de door de administratie gemaakte fout met betrekking tot het werkingsgebied van De Koepel pas kan hersteld worden na de installatie van een nieuwe Executieve. En dat bijgevolg ook pas dan de door de geloofsgemeenschap gewenste verkiezingen van het comité kunnen plaats grijpen. Toch verstuurt Bourgeois op 23 december 2013, een brief aan provincie- en gemeentebestuur met zijn voornemen tot opheffing van de erkenning van De Koepel, tenzij zij tegen eind april 2014 een verkozen comité hebben.
Dat de brief op 7 januari bij de besturen toekomt is niet toevallig. Want volgens Bourgeois moeten ze ‘binnen de vier maanden’ een advies geven over zijn voornemen. Ze moeten het dus behandelen voor 7 mei, dit wil zeggen op hun laatste raadszitting vóór… de verkiezingen van 25 mei.
Omdat die voor de gemeenteraad van Antwerpen op 30 maart valt, forceert De Wever zijn ‘positief’ advies voor opheffing met een besluit voorgelegd een uur voor de zitting begint. Het provinciebestuur kon het nog doen op haar zitting van 30 april en bracht het ook daar gedwee op de agenda.

Minister Bourgeois was perfect op de hoogte van het feit dat zijn diensten gemeld hadden dat de Executieve in lopende zaken was en de vraag tot uitbreiding van het werkingsgebied maar effectief kon gesteld worden als er een nieuwe EBM verkozen en geïnstalleerd is. Toch eiste hij op 23 december 2013 ineens dat die affaire binnen de 4 maand in orde komt, goed wetende dat het niet kon. Net zoals hij voorheen al anderhalf jaar gewacht had om dit bestuurlijke probleem van De Koepel te stellen, had hij gerust nog een half jaar kunnen wachten. Alvast tot na 2 april, toen de erkenning van de nieuwe leden van de Executieve in het Staatsblad is verschenen en de EBM terug in volheid van zaken kon treden. Maar neen, door op 7/1/2014 zijn brief bij provincie en stad te laten toekomen kon hij deze besturen dwingen om, binnen de vier maanden, dus vóór 7 mei en vóór de verkiezingen, een negatief advies tegen deze moskee uit te spreken. En daar wilden hij en De Wever al sinds juni 2013 mee uitpakken.

Ik wijs er op dat er geen enkele wettelijke bepaling is die minister Bourgeois verplicht om vanaf een welbepaalde datum een moskee aan te manen om zich binnen de vier maanden administratief in orde te stellen. In plaats van op 7 januari had Bourgeois die brief even goed op 6 april kunnen versturen – ook al omdat het pas dan zin had – en dan zou die termijn van vier maanden sowieso pas na de verkiezingen zijn afgelopen. Maar dat mocht dus niet.

Juridisch wangedrocht

Tot slot. Dit besluit rammelt juridisch langs alle kanten en is dus ook op dat vlak van nul en generlei waarde. Ik geef maar een paar argumenten:
– In zijn brieven aan de Executieve gaf min Bourgeois de opdracht “De Koepel aan te manen uiterlijk eind april over te gaan tot de installatie van een verkozen comité.” Het kan toch niet dat men ons, vandaag 30 april om 15 u al laat stemmen voor opheffing van de erkenning, omdat er nog geen comité is, terwijl De Koepel formeel vandaag nog 9 uren tijd heeft (tot 24 uur) om over te gaan tot de verkiezing ervan. Hoe kunnen wij weten of zij dat vandaag nog wel of niet gaan doen? Bijvoorbeeld om 19 u of om 23 u?
– Als de minister het ontoelaatbaar vindt dat er nog geen comité verkozen is moet hij daarvoor in eerste instantie niet De Koepel straffen maar wel het representatief orgaan, de Executieve, omdat die dat niet heeft afgedwongen. Maar dat kan hij niet.
Want de Executieve deed wel degelijk wat zij kon en mocht doen in deze periode van lopende zaken.
– Als argument om bij hoogdringendheid een advies te verlenen haalt de minister – en dit wordt herhaald in de besluiten gestemd door gemeente- en provincieraad – dat ‘De Koepel na hiertoe reeds tweemaal door de minister verzocht te zijn om een comité na verkiezingen te installeren, thans nog niet beschikt over een verkozen bestuur (comité)”.
Maar uit het dossier blijkt duidelijk dat de Executieve wel degelijk onmiddellijk geantwoord heeft hoe ze, pas na een toelating tot uitbreiding van het werkingsgebied, het comité kon laten verkiezen.
Verder heeft de Executieve op 17 april 2014 haar vraag voor uitbreiding van de gebiedsomschrijving van De Koepel nog maar eens formeel naar de minister gezonden. En dat, goed wetende, dat zijn eigen diensten in oktober aan de EBM gezegd hadden, dat er daarvoor geen oplossing kon komen vooraleer de nieuwe EBM erkend was. En toch blijft Bourgeois de indruk wekken dat De Koepel niet op zijn verzoeken en aanmaningen zou gereageerd hebben.

Onbekwame Bourgeois formuleerde adviesvraag fout!

Maar de positieve adviezen voor opheffing van erkenning, van gemeente- en provincieraad, worden juridisch volledig kaduuk (caduque) als gevolg van een onvoorstelbare fout gemaakt door de minister en zijn diensten in die fameuze brief van 23/12/2013 (bezorgd op 7/1) waarmee hij om een advies binnen de vier maanden verzoekt.

De blunder is allicht te wijten aan de onbekwaamheid van Bourgeois en zijn kabinet of aan hun haast om de viermaandengrens te laten aflopen voor de verkiezingen. Of aan beide factoren samen. Feit blijft, dat de minister in de voorlaatste paragraaf de vraag waarover hij een advies wil totaal anders formuleert dan wat hij in feite bedoelt. We lezen er namelijk:
Graag krijg ik het advies van de provincieraad bekomen, als toezichthoudend bestuur over de vraag of deze geloofsgemeenschap blijvend kan worden erkend in het licht van de criteria vermeld in artikel 4, 2°, 3° en 4° van voornoemd BVR.”.
Waarna Bourgeois vervolgt: “Ik wil er op wijzen dat, conform de bepalingen in artikel 5 van voormeld BVR, de provincieraad geacht wordt een gunstig advies te hebben uitgebracht wanneer de PR zijn advies niet binnen en termijn van vier maanden na dit verzoek heeft bezorgd aan de Vlaamse regering.”

Hoewel Bourgeois het in de aanhef van zijn brief heeft over zijn voornemen tot opheffing van de erkenning, gaat zijn voorgelegde finale vraag daar niet over maar luidt ze wel degelijk ‘of de geloofsgemeenschap blijvend kan worden erkend’. Indien gemeente- en provincieraad geen expliciet advies op de agenda zouden geplaatst hebben zouden ze na vier maanden in feite dus impliciet een gunstig advies gegeven hebben op een vraag over blijvende erkenning.

Diverse betrokkenen hadden, na enige tijd, natuurlijk ook de verwarrende formulering van de vraag om advies opgemerkt. De zaak had kunnen opgelost worden door een nieuwe brief waarin de minister ondubbelzinnig advies vroeg over ‘zijn voornemen tot opheffing van de erkenning’ in plaats van over de vraag ‘of De Koepel blijvend kan erkend worden’.
Maar eer dit doordrong (februari? maart?) zou een dan nog verstuurde brief voor gevolg gehad hebben dat de viermaandentermijn afliep na de laatste gemeenteraad (31/3) en allicht ook nog na de laatste provincieraad (22/5) vóór de verkiezingen. Dus heeft het provinciebestuur, in navolging van het stadsbestuur, de blunder van Bourgeois weggemanipuleerd door in het besluit te schrijven:
“Overwegende dat hij (de minister) graag het advies van de provincieraad van Antwerpen kreeg over de voorgenomen opheffing van de erkenning”.
Welnu die vraag om advies staat alsdusdanig niet expliciet in de brief van de minister, wel eerder het tegendeel! Al wie Nederlands kan lezen zal spontaan geneigd zijn de eigenlijke vraag van de minister te interpreteren als een vraag of de erkenning blijvend kan behouden worden.

De brief die Bourgeois rap-rap op 7 januari liet toekomen bij stad en provincie om zeker te zijn dat het nog voor verkiezingen op de raden moest komen. Om die reden kon zijn domweg fout geformuleerde 'vraag' niet meer veranderd worden.

De identieke brief die Bourgeois rap-rap op 7 januari liet toekomen, zowel bij stad als provincie, om zeker te zijn dat het nog voor verkiezingen op de raden moest komen. Om die reden kon zijn domweg fout geformuleerde ‘vraag’ niet meer veranderd worden.

Kortom, collega’s, als u dit besluit stemt, maakt u zich niet alleen politiek verdacht maar ook juridisch belachelijk.

Discriminerend

Tenslotte houdt dit besluit ook discriminaties in.
– De vereiste van een onmiddellijk te verkiezen comité geldt immers niet voor de Rooms-katholieke eredienst. Haar kerkfabrieken (zowel de gewone als de kathedrale) hebben van bij de aanvang in het decreet van 7 mei 2004 zelf een andere, bevoorrechte, regeling gekregen voor de samenstelling van hun orgaan (kerkraad – kathedrale kerkraad). De kerkfabriek wordt aangesteld door de bisschop en pas na 3 en vervolgens 6 jaar dient telkens een deel van de leden echt verkozen te worden.
– De bisschop van Antwerpen is van rechtswege voorzitter van de kathedrale kerkraad maar hij mag zich laten vervangen. In concreto heeft de bisschop als zijn plaatsvervanger een persoon aangeduid die is ingeschreven in… het bevolkingsregister van Knokke-Heist! De Vlaamse overheid heeft gesteld dat de bepalingen van artikel 9 niet van toepassing zijn op de bisschop of op zijn plaatsvervanger. En dus mag die laatste zonder problemen in Knokke Heist wonen.
Het is allicht op dit soort uitzonderingen en welwillendheid dat schepen Philippe Heylen (CD&V) doelde toen hij in de gemeenteraad van 31 maart toegaf dat er voor andere geloofsgemeenschappen wel al is toegestaan dat er bestuurders en verkozenen van buiten het werkingsgebied kwamen.
Dergelijke discriminaties kunnen, voor elke democraat, op zich volstaan om dit voorstel te verwerpen.

Mijn besluit collega’s is duidelijk: dit is geen ‘rondje provincie’(*) maar een rondje administratief moskeepesten en islambashen om nog extra stemmen te halen van mensen bij wie vooral extreem rechts islamofobe gevoelens heeft aangestookt.
Ik vertrouw op uw democratische reflex, uw gehechtheid aan rechtszekerheid en op uw streven naar goed samenleven om dit punt te verwerpen.”

(* ‘Rondje provincie’ is de titel van het programma op de regionale zender ATV, waarmee het provinciebestuur, tegen betaling, haar realisaties communiceert.)

Tot zover mijn, met recentere gegevens aangevulde, interpellatie.

Sp.a stemt voor opheffing erkenning!

De dag voor de provincieraad had ik, op basis van mijn hoofdargumenten, aan het vast bureau van de provincieraad (= alle fractievoorzitters) voorgesteld dit punt van de agenda af te voeren. Geen enkele fractie steunde mij daarbij.
Dezelfde avond zond ik mijn vraag en al mijn gegevens nog eens extra naar de voltallige sp.a-fractie (9 leden, waarvan drie met wortels in de moslimgemeenschap). Op de raad zelf deed Aysel Bayraktar haar eerste, verdienstelijke, tussenkomst. Zij kondigde aan en verantwoordde waarom zij, haar collega Abdelkarim Arbib en Greet Van Gool zich zouden onthouden. De rest van de sp.a stemde evenwel voor! Had de sp.a-leiding met haar ervaring, maar voor een kwart, het dossier willen evalueren en onderzoeken zoals wij met de PVDA+ gedaan hebben, dan was de enige instructie die zij haar raadsleden in geweten had kunnen geven: wij eisen de afvoering van de agenda van dit advies. Het impliciet gunstig advies dat daarvan het gevolg zou geweest zijn had dan, wegens de verkeerde formulering van de vraag van Bourgeois, op de koop toe nog een advies geweest pro blijvende erkenning van de moskee.

Op de gemeenteraad had de sp.a zich onthouden en, zelfs bij monde van Monica De Coninck, grote twijfels geuit over de noodzaak van dat positief advies voor opheffing van de erkenning van De Koepel. Maar in de provincie, waar de sp.a in het bestuur zit én oneindig veel meer gegevens had over het ongegrond en islamofoob karakter van de hele operatie, stemt de meerderheid van de sp.a… ja.

Groen steunt PVDA-kritiek

Ik was blij dat Loes Van Cleemput, dienstdoende fractievoorzitster van Groen, ‘de analyse en kritiek van Kris Merckx volledig steunde’. De voltallige Groen-fractie applaudisseerde na mijn tussenkomst. Ook in het erna volgende debat steunde Loes mij herhaaldelijk. Ik vroeg Groen en de 3 dissidente sp.a’ers hun onthouding om te zetten in een ‘neen’-stem: ‘Alleen zo kan je een duidelijk signaal geven dat we dergelijke operaties die, met ongegronde verdachtmakingen, de islamofobie aanwakkeren categoriek afwijzen. Alleen een neen-stem kan blokkeren dat men De Koepel opzadelt met al het werk van herindienen van een vraag tot erkenning.” (En voor de islamitische gemeenschappen hoort daar heel wat meer bij dan voor de andere erediensten, onder meer de grondige screening van de oprichters en leden).
Uiteindelijk hielden de Groen-fractie en 3 sp.a’ers het toch bij een onthouding.

Hoe gaat dit nu verder aflopen? Na de twee, helaas, positieve adviezen voor opheffing kan minister Bourgeois (of zijn opvolger) nog altijd drie zaken doen: 1) de erkenning inderdaad opheffen in lijn met het ‘gunstig (sic) advies’ daarvoor vanwege provincie- en gemeenteraad, 2) zelf beslissen om, tegen die adviezen in, met argumenten de erkenning alsnog te behouden en 3) niets doen wat impliciet inhoudt dat hij de erkenning van De Koepel laat doorlopen. In het geval 2) en 3) heeft de moskee ruim de gelegenheid om, nu de Executieve terug kan optreden, de uitbreiding van haar werkingsgebied te regelen en over te gaan tot de verkiezing van een comité.
Als mogelijkheid 2) of 3) het haalt – en dat betekent het behoud van de erkenning – zal het alvast niet gelegen hebben aan hen die positief advies gaven voor een opheffing maar wel aan de inspanningen van de PVDA+ om de sinistere, islamofoob getinte, machinaties van Bourgeois en De Wever aan het licht te brengen. In de raad was duidelijk te voelen aan de reacties dat ook de N-VA verveeld was dat we dit zo klaar konden bloot leggen. Ook die partij is zich bewust van het toenemende electorale gewicht van de mensen met migratieachtergrond en speelt daarop in met gestes zoals de aanstelling van een schepen of districtsburgemeester met allochtone roots. Het dossier De Koepel bewijst hoe dat de N-VA-top niet verhindert om tegelijk in te spelen op islamofobe gevoelens en vooroordelen. Cynisch van twee walletjes proberen eten dus.

Kris Merckx,
Provincieraadslid, kmerckx@provant.be
Lijstduwer Kamer (plaats 24) provincie Antwerpen, lijst 17

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: