Alleen PVDA tegen verhoging zitpenning bij Intercommunale IGEAN met… 34 %

IGEAN logoVorige donderdag diende de PVDA in de Antwerpse provincieraad een amendement in om de voorgestelde verhoging van de zitpenningen bij de intercommunale IGEAN te verwerpen. Politici die zichzelf 34 procent verhoging toekennen terwijl de regeringen indexsprongen en andere besparingen opleggen is ongepast. Toch stemden N-VA, CD&V, sp.a en Open VLD tegen het amendement en keurden ze de verhoging goed. VB en… Groen onthielden zich. Dat de kersverse fractieleidster van Groen het ook nodig vond dit te motiveren met een verwijt dat de PVDA aan ‘schandpaalpolitiek’ zou doen, laten we over aan de beoordeling van de leden en kiezers van Groen. Het applaus dat ze daarvoor vanop de N-VA-banken kreeg geeft op zijn minst te denken.

Aan de provincieraad van 26 mei werd gevraagd om het ontwerp van statutenwijziging van de Dienstverlenende vereniging IGEAN – voluit Intercommunale Grondbeleid en Expansie Antwerpen (1) – goed te keuren. Dat stelde voor de presentiegelden voor de leden van de Raad van Bestuur op te trekken van 75 euro naar 100 euro. In feite gaat het om een verhoging van de zitpenning van 150 naar 201 euro aangezien 28 van de 33 gemeentelijke mandatarissen ook zetelen in de raad van bestuur van de afgesplitste intercommunale IGEAN Milieu & Veiligheid die aansluitend vergadert. Ook daar wil men een zelfde verhoogde zitpenning uitbetalen. In beide gevallen gaat het meestal om korte, formele vergaderingen à rato van 10 per jaar. De samenstelling van de raad van bestuur van IGEAN Dienstverlening vindt u hier, en die van de dochterintercommunale IGEAN Milieu & Veiligheid hier.

De 30 gemeentes van de provincie Antwerpen die deel uitmaken van IGEAN.

De 30 gemeentes van de provincie Antwerpen die deel uitmaken van IGEAN.

De PVDA+ riep met haar amendement de andere partijen op om tegen deze verhoging te stemmen. Ook als aansporing voor de gemeenteraadsleden van de 30 gemeenten die in IGEAN participeren – waaronder Antwerpen – dat zij dit ook zouden doen.
Hieronder ons amendement en het voorstel van verantwoording toe te voegen aan de toelichting. Dit laatste was gesteld in een low-profile-formulering om alle partijen toe te laten het goed te keuren.

In het geel de essentie van het PVDA-amendement.

In het geel de essentie van het PVDA-amendement.

227 euro = half weekloon van poetsvrouw

Voor de PVDA was het evident dat zij de verhoging van de zitpenning moest verwerpen. Het is onaanvaardbaar dat men aan gemeente- en provincieraadsleden, bestuurders van IGEAN, anno 2016 zonder verpinken een opslag toekent van 34 procent terwijl de modale burger geconfronteerd wordt met een indexsprong, loonstop, Turtel- en andere taksen. Binnenkort komen er zelfs twee indexsprongen voor het kindergeld. Dat ook het provinciebestuur van Antwerpen (N-VA, CD&V en sp.a), waar het sinds jaren al besparen is wat de klok slaat, deze verhoging van de zitpenningen wilde laten goedkeuren getuigt niet van sociale fijngevoeligheid. Zeker nu het eigen contractueel personeel dat, in het kader van de afslanking van de provincies, overgaat naar de Vlaamse overheid zwaar zal moeten inleveren op zijn tweede pensioenpijler.
Mandatarissen van de eigen partijen in die omstandigheden een forse verhoging van presentiegelden toekennen kan de kloof tussen de burger en de politiek alleen maar vergroten. En het besef versterken dat traditionele politici aan zelfbediening blijven doen.
Ik herinnerde de vergadering eraan dat de 201 euro die de bestuurders van IGEAN voor nauwelijks een uurtje vergadering krijgen gelijk staat aan een bruto looninkomen van 227 euro. Van de 201 euro bruto zitpenning wordt immers enkel bedrijfsvoorheffing afgehouden. Als je wil vergelijken met een inkomen verdiend door bruto-uurlonen moet je er de 13 procent werknemersbijdrage voor de sociale zekerheid (RSZ) bijtellen. Welnu, het cao-minimumloon voor een helper in de horeca bedraagt 11,3 euro bruto, voor een schoonma(a)k(st)er 12,3 euro. Om hetzelfde te verdienen als wat de bestuurders meepakken met een uurtje vergaderen, dienen die werknemers 18 à 20 uren te werken plus hun verplaatsingen op die drie dagen. (Bij leden van de raad van bestuur worden de reiskosten – terecht – vergoed aan 33 cent per kilometer.)

De PVDA is niet voor egalitarisme (iedereen hetzelfde loon) maar wel voor het principe ‘loon naar werk’ en vindt dat dat zeker voor politici geldt – ‘minister’ betekent origineel immers ‘dienaar (van het volk)’. Als politici het (extra) werk voor hun mandaat serieus doen mogen zij daarvoor behoorlijk betaald worden. Maar niet vijf of tien keren meer dan de andere werkers. Persoonlijk zou ik denken, al naar gelang van de inzet en het niveau van de functie, 20 à 150% meer dan het mediane (uur)loon. Op die manier liggen hun inkomens nog enigszins bij die van de gemiddelde werknemers, hun kiezers. Op de eerste plaats dienen, op provinciaal vlak, natuurlijk de vergoedingen en privileges van de 5 à 6 gedeputeerden (7300 euro bruto per maand plus 2000 euro per maand aan belastingvrije onkostenvergoeding, dienstwagen met chauffeur en vaak nog extra mandaten) aangepast te wordne. Daarnaast zijn er de presentiegelden voor leden van de raden van bestuur en directiecomités van intercommunales. Maar ook de zitpenningen van bijvoorbeeld provincieraadsleden mogen herbekeken worden. Ze zijn veel lager dan de verdiensten aan de politieke top, maar nog altijd een te mooie en te gemakkelijke bijverdienste. Nu is dat 201 euro bruto voor gemiddeld een uur vergaderen, en het dubbele voor een commissie- of raadsvoorzitter. Ik ben voor vergoedingen zoals bijvoorbeeld docenten in bijberoep, aan politiescholen en elders, krijgen: 40 à 50 euro bruto per lesuur – en die moeten daar vaak veel langer aan voorbereiden. Met zo’n vergoedingen blijven verkozenen dichter bij de levensomstandigheden van hun kiezers. Politici moeten immers ‘ministers’ en in zijn originele betekenis is dat ‘dienaar’ van het volk.

Daarmee leggen wij aan de politici niet eens het ‘regime’ op dat de PVDA, om ideologische redenen, van haar verkozenen vraagt: verder leven met een gemiddeld werkersinkomen en de rest afdragen voor de werking van de partij. Voor sommige van onze verkozenen zoals de Waalse parlementsleden, de ex-staalarbeider en syndicaal afgevaardigde Fréderic Gillot en ex-zelfstandige chauffagist, Ruddy Warnier, betekent dit dat zij verder leven aan hun vroegere inkomen.
Onlangs ironiseerde Paul Magniette, Waals ministerpresident (PS), dat die twee PTB’ers ‘maar volksvertegenwoordigers waren net zoals alle anderen’. Féderic Gillot diende hem van antwoord: ‘Dezelfde als de anderen? Wij leven wel met een arbeidersinkomen. Als het water op tien jaar tijd in prijs verdubbelt dan voelen wij dat even hard als de andere werkende mensen’. U kan de video van Féderic zijn tussenkomst in het Waals parlement in Namen hier bekijken, op zijn FB-profiel op 23 mei.

In een korte interventie weerlegde ik in de provincieraad ook het argument dat IGEAN met de verhoging ‘gewoon de andere intercommunales, gemeenten en provincies volgt’ die de presentiegelden in de voorbije jaren ‘bijna allen verhoogden tot het wettelijke maximum van 201,02 EUR per zitting.
Waar voor de meeste werknemers de verloning afhangt van kwalificaties en geleverde prestaties, zo stelde ik, blijken politieke bestuurders van intercommunales van mening te zijn dat zij allen, ongeacht de omvang en het belang van hun bijdrage, zo maar recht hebben op hetzelfde wettelijk toegestane maximum.
Voor de PVDA is dit het zoveelste voorbeeld dat zowel de Intercommunales (alleen al in Vlaanderen zijn er meer dan honderd) als de vergoeding van politieke mandatarissen aan grondige herdenking toe zijn.

Tegen stemmen ‘schandpaalpolitiek’?

Ik had gedacht dat Groen, diverse CD&-V-raadsleden die aanleunen bij het ACV en zeker de sp.a ons evidente amendement zouden goedkeuren– ook al zit de sp.a in het Antwerpse provinciebestuur (gevangen) in de meerderheid. Aan Groen had ik zelfs op voorhand steun gevraagd. Volgens mij was ons amendement zelfs aanvaardbaar voor heel wat N-VA-raadsleden die ten slotte claimen ook op het vlak van politiek ethiek en cultuur verandering te zullen brengen. (2) Niet dus, maar met alles wat we al meegemaakt hebben, ook weer niet zo verwonderlijk.
Dat gold veel minder voor de aankondiging van Loes Van Cleemput, die onlangs Tom Caals opvolgde als fractieleidster van Groen, dat haar partij zich zou… onthouden. Twee dagen voordien hadden Groen en PVDA, op dezelfde plaats aan de Pachecolaan in Brussel, hun steun betuigd aan de vakbondsbetoging die aanklaagt dat deze regeringen het uitsluitend zoeken bij de werkers en uitkeringstrekkers. Normaal kon je dus verwachten dat Groen een bevoordeling en andere behandeling van politici samen met ons probleemloos zou verwerpen. Blijkbaar niet. Als argument haalde Loes Van Cleemput aan dat ze er voorstander van is om de discussie over de vergoedingen voor politici, en dan vooral de hogere, in een sereen klimaat te voeren. Dat willen wij uiteraard ook, maar dat kan toch geen reden zijn om ondertussen nog eens een ongepaste verhoging van zitpenningen te laten passeren, wel integendeel. Wat was er niet sereen aan de low-profile argumentatie in ons amendement? Zou de sereniteit niet beter gediend geweest zijn door ons amendement gewoon mee goed te keuren, zoals de PVDA al regelmatig deed bij goede moties en amendementen van Groen? Nu, indien Loes Van Cleemput zich had beperkt tot een aankondiging van de onthouding van Groen en een sobere verantwoording daarvan, dan had bovenstaand relaas daarover ruim volstaan. Helaas vond ze het nodig in haar besluit het PVDA-amendement te bestempelen als… ‘schandpaalpolitiek’. We kunnen ons moeilijk voorstellen dat het gebruik van die term op voorhand de steun gekregen heeft van alle vijf Groen-raadsleden. Niet de verhoging van zitpenningen met 34 procent kritiseren als ongepast en objectief schandalig maar wel… het verzet van de PVDA daartegen: hoeveel progressieve logica zit daar in? Het was wel het bestuur, en niet de PVDA, die de verhoging met 34% op de agenda plaatste en verdedigde maar toch richtte Loes haar pijlen op… onze partij. En met welk woord dan nog. Natuurlijk zijn er nog veel grotere schandalen in de bedrijfs- en politieke wereld en die klagen wij ook, en nog veel scherper, aan. Maar dat verantwoordt nog altijd geen goedkeuring van een verhoging met 34 procent van de vergoeding voor mandatarissen op lager niveau. De uithaal naar de vermeende ‘schandpaalpolitiek’ van de PVDA leverde de fractieleidster van Groen alvast enthousiast applaus op vanwege de N-VA. Het moedigde de N-VA-hoofdgedeputeerde, Luk Lemmens, aan om te beweren dat ‘de PVDA er alleen maar op uit is schandalen op te sporen’. Te belachelijk voor woorden. Zeker in de ogen van personeelsleden, instellingen (zoals het Gouverneur Kinsbergencentrum voor kinderen met ontwikkelingsstoornissen) en verenigingen van de provincie die ons regelmatig hun steun en waardering melden voor de inzet sinds drie jaren van de PVDA om al hun positieve werk te verdedigen tegen een genadeloos besparings- en ontwrichtingsbeleid.

We vermoeden dat de opstelling van de jonge fractieleidster ook binnen Groen nog wel voor discussie zal zorgen. Ofwel was het een misser, niet eens zo moeilijk om in de toekomst te vermijden. Ofwel was het de uitdrukking van een tendens die het werken aan een consequent progressief rood-groen front afwijst en verkiest om allianties met de neoliberalen van N-VA – op zijn Mechels en Deurnes – ook op hogere niveaus voor te bereiden. Aan de leden van Groen om dat te beoordelen en die keuze door te hakken. Waarbij wij uiteraard pleiten voor een progressief front om ‘Het kan anders’ echt waar te maken.

Op een uur ‘een schone zondag’ verdiend

Dit relatief kleine voorval werpt natuurlijk ook de vraag op wat Groen, die al 30 jaar in alle parlementen zit, gedaan heeft om heel het ongezonde concept en werking van de intercommunales daadwerkelijk te veranderen. In haar teksten had de partij daar vaak kritiek op. Maar wat heeft ze daar in de praktijk al effectief voor proberen ondernemen? Als in de voorbije crisisjaren ‘bijna in alle intercommunales’ de zitpenning ongemerkt verhoogd werd tot het wettelijke toegestane maximum, hoe hebben de mandatarissen daar toen overgestemd? Stemden ze tegen? Of lieten ze het passeren door zich zoals nu te onthouden of zelfs goed te keuren?
De onthouding over IGEAN is al zeker niet te begrijpen omdat uitgerekend deze intercommunale, en in het bijzonder de afdeling Dienstverlening, een schoolvoorbeeld is van hoe raden van bestuur daar vaak slechts dienen om politici van lagere échelons een niet onaardige en gemakkelijke bijverdienste te bezorgen. Een lid van de raad van bestuur zegde mij dat er op de agenda van die raden van bestuur nauwelijks meer staat dan de aankoop van een grond in een of andere gemeente en dat hij niet goed ziet wat de mandatarissen van die 29 andere gemeenten daarover te zeggen hebben (wat trouwens ook nauwelijks gebeurt). Als ik dat vertel aan gewone werkende mensen zeggen die ‘Amaai, voor zo’n vergadering van een uurtje 201 euro opstrijken, dat is ne schone zondag’.
Inmiddels telt Vlaanderen nog altijd meer dan 100 intercommunales waar de raden van bestuur en directiecomités op dezelfde politieke wijze door partijen van de meerderheid worden opgevuld. Noteer dat voorzitters van raden van bestuur en directiecomités in de regel een dubbele zitpenning krijgen (402 euro) en soms nog andere voordelen in natura.
We zijn er dan ook zeker van dat de meerderheid van de bevolking ons amendement helemaal niet als ‘schandpaalpolitiek’ aanziet maar als een consequent ijveren om politiek op een andere, integere, wijze te bedrijven. Niet alleen op de lagere échelons maar uiteraard en nog meer en vooral op de hogere.

Verklarende voetnoten

(1) IGEAN werd in 2003 gesplitst in IGEAN Dienstverlening en IGEAN Milieu & Veiligheid. Aangezien de bestuurders, aangeduid door de 30 participerende gemeenten, op vier na, dezelfde zijn, werd bij die gelegenheid de tot nu toe geldende zitpenning van 150 euro gesplitst in twee maal 75 euro. Men kan natuurlijk niet zo maar intercommunales splitsen en daar dan ook de volle, meestal maximale, zitpenning van 201 euro betalen.
IGEAN Dienstverlening houdt zich voornamelijk bezig met het verwerven en bouwrijp maken van terreinen voor woningen en bedrijfsgebouwen. IGEAN Milieu & Veiligheid concentreert zich op afvalinzameling en –verwerking en op veiligheid op de werkplaatsen. De provincie participeert niet meer in deze laatste dochterafdeling wegens het gevaar van belangenvermenging. De deputatie van de provincie is immers bevoegd voor het verlenen van milieuvergunningen. Mogelijks heeft die splitsing ook te maken met de voorbereiding op een recent door de Vlaamse regering genomen beslissing om de intercommunales voor energiedistributie en afvalverwerking meer open te stellen voor inbreng van privé-kapitaal. De deur open zetten dus voor privatisering door vooral buitenlandse multinationals die op die terreinen actief zijn.
Dat de raden van bestuur van de twee dochterintercommunales aansluitend op dezelfde dag plaats vinden blijkt uit het jaarverslag van zowel IGEAN Dienstverlening (blz 7/75) als dat van IGEAN Milieu&Veiligheid (blz 7/96).

(2) In de inleiding schreef ik dat de fractie van het VB zich onthield bij de stemming over het PVDA-amendement om de verhoging van de zitpenning te verwerpen. Een VB-lid, Bart Van Hove uit Boom, stemde echter uitdrukkelijk tegen. Dus die vindt die verhoging, zelfs publiekelijk, best OK.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: